En ja, ik geef inderdaad praktijktrainingen, praktische workshops en heel af en toe begeleid ik bedrijven op individuele basis bij de implementatie van Social Media Marketing in hun organisatie.
Maar, ik denk dat ik heel veel meer mensen kan helpen, als ze zelf er direct mee aan de slag kunnen. Op het moment dat het hen uitkomt, in hun eigen omgeving, in hun eigen tempo en met de mogelijkheid om keer op keer de instructies te herhalen en net zo veel vragen te kunnen stellen als nodig is.
Daarom heb ik besloten een online leeromgeving te ontwikkelen, waarin alle aspecten van Social Media Marketing getraind worden, voor zowel beginners als gevorderden.
In dit e-learning traject komende de volgende onderwerpen aan bod:
Tijdens de online training begeleid ik je in het hele traject. Vanaf het maken van een account tot geavanceerde technieken en strategieën om meer klanten te krijgen en je omzet te vergroten.
Naast uitgebreide en overzichtelijke instructievideo’s vind je kant en klare stappenplannen, links naar alle relevante websites en documenten voor de oefeningen, kun je al je vragen stellen op het forum en organiseer ik periodiek webinars en teleseminars met extra uitleg, nieuwe ontwikkelingen en de mogelijkheid om vragen persoonlijk te beantwoorden.
Op dit moment ben ik hard aan het werk om de eerste modules af te ronden. In september gaan we van start met een kleine groep deelnemers (maximaal 10) om deze nieuwe omgeving en leermodules te testen. Jij kunt ook meedoen met deze testgroep.
Heb jij interesse om je (nog meer) te ontwikkelen op het gebied van Social Media met behulp van deze uitgebreide online leeromgeving, stuur dan een mail naar jd@ondernemersresultaat.nl of laat een reactie achter. En wie weet nodig ik je dan uit voor deze exclusieve testgroep.
18 februari 2011 door Jannetta Dorsman | 2 reacties »
Donderdag 17 maart 2011 organiseren we voor het 3e jaar de tweetup #Tweist.
Vorig jaar werd Tweist 2010 een tweetup waar nog lang over nagepraat werd. Donderdag 18 maart vroeg René Hoksbergen (@Hoks) mij namelijk ten huwelijk ten overstaan van 70 aanwezigen, met een tweet die op de twitterfountain geprojecteerd werd. Uiteindelijk groeide dat uit tot #Twedding, het volledig gecrowdsourced en gecrowdfund evenement van 2010.
Dit jaar is hij geloof ik niet van plan om een vergelijkbare stunt uit te halen maar ik hoop wel dat we voor het derde jaar op rij een ongelooflijk gezellige twitterborrel mogen meemaken in Zeist.
Op veler verzoek organiseer ik ook dit jaar overdag weer een speciale workshop. Dit keer is het onderwerp “Facebook Tips & Tricks voor zakelijke profielen“.
De volgende onderwerpen komen aan bod:
Waarom Facebook?
Een profielpagina of een bedrijfspagina? Wat is het verschil?
Wat zet ik op mijn Facebook pagina?
Dialoog, dialoog, dialoog. Maar hoe doe ik dat?
Hoe ‘pimp’ ik mijn pagina? (bv met Foto’s, video’s, blog, nieuws, etc)
Handige Apps / Plugins voor Facebook
Hoe integreer ik Facebook met mijn ‘gewone’ website of weblog?
“Vind ik leuk”, wat betekent dat nu echt?
Hoe werkt de newsfeed?
Hoe krijg ik veel ‘vrienden’?
Statistieken Facebook
Als bonus geven we een mini-workshop YouTube met veel tips & trics.
Uiteraard sluiten we af met een uitgebreide vragensessie waarin ik al je vragen over nieuwe media persoonlijk beantwoord.
Aansluitend vindt de inmiddels legendarische tweetup Tweist plaats, waar je van harte welkom bent.
10 november 2010 door Ellen Mouthaan | 2 reacties »
Als NVM makelaar moet je elk jaar een aantal bijscholingscursussen volgen. Je mag zelf uitzoeken welke cursus je wil volgen en gisteren zat ik in de schoolbank bij de cursus “Makelaar 2.0”
Laat het nu toevallig ook gisteren zijn dat het FD op de voorpagina een artikel plaatst met als titel: “Makelaar vaker buitenspel door Twitter en Hyves”. Dat kan geen toeval zijn zou je zo zeggen! En het kan dan ook geen toeval zijn dat
juist gisteren een TV ploeg van EenVandaag ook mij heeft geïnterviewd over makelaar zijn in deze tijd en de invloed van nieuwe sociale media.Dit is dus het moment om wat te schrijven over makelaar 2.0; wat is dat nu en wat doet het met mij als makelaar en als mens.
Maar wat is nu 2.0? 2.0 gaat over nieuwe (social) media en interactie, over tweerichtingsverkeer (dus over ECHTE communicatie) en de anderen kunnen potentiële klanten zijn. En met de nadruk op “kunnen”! En het gebruik van nieuwe (social)media is daarbij essentieel.Zelf noem ik me voorzichtig een makelaar 2.0 Ik weet dat er echt nog dingen te verbeteren zijn en dat ik nog veel meer 2.0 zou kunnen zijn, maar je bent nu eenmaal niet van de ene op de andere dag helemaal 2.0.
Want omschakelen van 1.0 naar 2.0 is een proces! Een proces dat bij mij al zo’n jaar of 4 geleden begonnen is. Begonnen met het idee dat ik eigenlijk wel een weblog zou willen hebben. Waarom? Omdat ik anderen wil laten zien dat het vak van makelaar heel wat anders is dan ze vaak denken. Ik wil een kijkje in de keuken geven! Vandaar dat dit weblog, waar ik in februari 2008 ook daadwerkelijk mee ben begonnen, de naam heeft gekregen “Dag van de makelaar”En waarom is een weblog 2.0?Op een weblog kan iedereen reageren. Dat is dus interactief (Oja, op dit moment redelijk veel last van spam, dus reageren op dit artikel is geen probleem maar reageren op oude stukken op dit blog heb ik even stop moeten zetten! Blog wordt aangepast!)
Mijn weblog was er bijna 3 jaar geleden dus al. Maar daar hield het toen niet mee op. Zo’n 2 jaar geleden kwam Linkedin kwam op mijn pad. Kreeg uitnodigingen en ben eens voorzichtig gaan kijken wat ik er mee kon. Avonden bezig geweest met het invullen van mijn profiel en kijken wie ik allemaal ken en toe kan voegen aan mijn netwerk. Leuk om te doen! Van het begin af aan heb ik daarbij één regel gehanteerd en dat is dat ik iedereen in mijn Linkedin netwerk minimaal 1 keer uitvoerig gesproken moet hebben. Nu is een profiel op Linkedin aanmaken niet een kenmerk van een makelaar 2.0, maar deelnemen aan discussies, en discussies opzetten, is wel helemaal 2.0 Want door een discussie communiceer ik met anderen. Los van het feit dat ik het leuk vind, vind ik dat anderen mijn mening mogen weten. En, net zoals bij mijn blog, laat ik iets van mezelf zien. Wat mijn visie is, hoe ik over mijn vak denk, maar ook neem ik deel aan discussies over mijn eigen woonomgeving, die me zeer aan het hart gaat.
Na mijn weblog en Linkedin had ik behoefte aan een volgende uitdaging. Na veel aansporingen (dank @JAndor!) en veel getwijfel heb ik een Twitteraccount aangemaakt. Wat ik er mee moest, daar had ik in het begin echt geen idee van. Maar ik heb het geweten. Want zijn een weblog en een actieve deelname aan Linkedin al 2.0, met Twitter heb je helemaal een 2.0 tool in handen. In handen! Ja, want niet iedereen die Twittert doet dit op een 2.0 wijze.Je kunt namelijk ook besluiten om alleen maar te zenden. Prima hoor. Niets mis mee! Een makelaar die alleen dus aanbod op Twitter zet is dus wel een twitterende makelaar, maar wordt pas 2.0 als hij de dialoog opzoekt. Opzoekt? Ja opzoekt; met Twitter kun je mensen zoeken, mensen met een vraag, mensen met een mening en noem het maar op. Met deze mensen (Tweeps genoemd) kun je vervolgens in gesprek raken, je kunt ze helpen. En zo kan ik via Twitter mensen helpen die een vraag hebben op mijn vakgebied, ik kan ze attenderen op een huis dat wij in de verkoop hebben en nog veel meer. Kost dat wat? Nee, dat doe ik gratis! Waarom? Ja, dat is nu echt Twitter. Twitter is delen, Twitter is helpen en geven. En daar krijg ik echt wel wat voor terug. Daar hoeft niemand zich zorgen om te maken. Deze maand ben ik 1 jaar echt actief op Twitter en Twitter heeft mij dan ook veel gebracht: naast nieuwe vrienden ook nieuwe klanten, een onderzoek voor mijn door studenten van de HvA, blije collega’s die ik heb kunnen koppelen aan iemand die zijn huis wil verkopen of die geholpen willen worden met het kopen van een huis, heel veel goede ideeën, verwijzingen naar interessante artikelen en oplossingen voor problemen die ik als vraag op Twitter zet. Maar Twitter heeft mij vooral ook erg veel lol gebracht. Want lol moet je hebben. Lol om te delen, lol om te schrijven en lol om je zelf te kunnen laten zien en authentiek te zijn en te blijven.
Mijn Twitter account loopt en twitteren maakt deel uit van mijn dagelijkse bezigheden. En nee, dat Twitteren kost mij geen uren maar slechts enkele minuten per dag en het geeft mij ook nog veel. En nu ben ik klaar voor een nieuwe 2.0 uitdaging! Wat die precies gaat worden weet ik nog niet, maar dat ik het leuk moet vinden staat als een paal boven water!
Moet iedere makelaar nu een 2.0 makelaar worden? En moet iedere makelaar gaan Twitteren of op Linkedin gaan? Nee hoor! Je moet doen wat je zelf leuk vindt, waar je als makelaar energie uit krijgt, waar je blij van wordt en waar je in gelooft. En sta je, als makelaar liever iedere avond in de kroeg te netwerken of sta je elke dag uren op het schoolplein; prima! Ieder zijn feestje en mijn feestje is het om steeds meer een makelaar 2.0 te worden! ( En af en toe in de kroeg staan of even gezellig praten op het schoolplein doe ik ook nog steeds!)
En denk ik , zoals het artikel in het FD suggereert, dat de makelaar buitenspel gezet wordt door Twitter en Hyves? Nee hoor, absoluut niet! Een huis verkopen is echt veel en veel meer dan adverteren op Twitter of Hyves. Meer weten? Ik hoor het graag!
Sinds enkele jaren word ik af en toe geconfronteerd met QR-codes: tweedimensionale streepjescodes die je met de camera van je smartphone kan scannen, waarna een actie op die telefoon kan worden uitgevoerd (bijvoorbeeld verwijzen naar een webpagina). Ik heb het altijd wel grappig gevonden en beroepshalve nagedacht over praktische toepassingen, maar ik weet niet zo goed wat ik er mee zou moeten.
Soms kom je ze in het wild tegen: mannen met een computerverslaving die dit middels een t-shirt duidelijk maken. Even scannen met je smartphone en je weet gelijk z’n hacker-id, gamers-id en een overzicht van z’n Fourqsuare-checkins op ‘Star Wars’-bijeenkomsten. Ook een klassiek voorbeeld is de QR-code meegedrukt op een visitekaartje. Zelf kijk ik liever naar de leesbare gegevens.
Onlangs zag ik een voorbeeld van een praktische toepassing door een makelaar. Leuk geprobeerd, maar ik ben heel benieuwd wat dit heeft opgeleverd. Ik heb namelijk het idee dat meer dan 80% van de mensen die dit ziet, vol onbegrip verder loopt. En dan mis je het doel: digitaal contact leggen op een andere locatie dan thuis achter de PC.
Als je als makelaar wilt innoveren in communicatiemiddelen, kun je dit beter doen met technieken die door de ontvangende zijde ook worden begrepen. Jaap.nl heeft dit begrepen: Nederland stemt massaal via sms bij talentenjachten en door dit location-based aan te bieden, kun je nu overal direct in contact treden met die consument. Dit kan een individuele makelaar dan toch ook doen? Sterker nog: het levert gelijk een mobiel telefoonnummer op. Dus SMS “HUIS 26″ naar 7171 en ontvang alle kenmerken van deze woning op je telefoon!
Begin deze week kwam ik thuis en zag dat één van m’n buurtgenoten z’n woning in de verkoop heeft gezet. Eén makelaarsbord op de begane grond en één op de eerste etage. Ziet er dus uit als een woning met twee woonlagen inclusief tuin in de Amsterdamse Pijp. Nu woon ik hier inmiddels twee jaar en het bevalt me heel goed, dus geredeneerd vanuit mijn wooncarrière is dit een interessant object.
Diezelfde avond kroop ik achter m’n laptop. Zoekopdracht op Funda: postcode 1073. “Vreemd, het pand staat er niet tussen. Zoeken op kaart levert ook niets op. Morgen nog maar eens kijken…”
De volgende ochtend nog een blik op het pand geworpen en de naam van de verkopende makelaar in m’n geheugen geprent. Nu ben ik niet kapot van de websites van meeste makelaars, maar daar zou ik toch in ieder geval de details van dit pand kunnen vinden. Niets bleek minder waar. Ik vond een lange lijst met woningen (waar kan ik filteren/sorteren?), maar het paleisje van mijn voorkeur stond er niet tussen.
Deze week heb ik nog vaker gekeken, maar ik kan het pand nog steeds niet vinden op Funda. Ook staat het nog niet op de site van de makelaar. Het zal waarschijnlijk wel aan mij liggen, maar waarom vind ik het nergens? Moet ik echt het telefoonnummer op het bord bellen? Kan iemand van jullie mij dit uitleggen?
Om tegenwoordig de woningen huizen beter aan de man te brengen is inzicht in het gedrag van de consument nog belangrijker dan dat het vroeger al was. Er zijn op dit moment allerlei initiatieven, bijvoorbeeld ZoWilIkWonen, die tot doel hebben de nieuwbouw beter af te stemmen op de wensen en eisen van de consument. Dat is goed! Echter dit moet wel goed gecommuniceerd worden, op een manier die aansluit bij de belevingswereld van de consument.
Een vraag die ik vaak stel tijdens presentaties aan makelaars, projectontwikkelaars en communicatie/marketing specialisten is:”waar zoekt de consument nu eigenlijk op? Woningen of huizen?” 9 van de 10 keer wordt er volmondig en vol overtuiging:”woning” geroepen. Nu heb ik er nooit wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, dus er rest mij eigenlijk niks anders dan het maar aan Google te vragen. Zij meten het zoekvolume, dus waarschijnlijk bieden zij meer inzicht. De uitkomst is altijd een eye-opener….op het woord woning wordt vrijwel niet gezocht!
Hieruit zou je kunnen afleiden dat het gebruik van het woord “woning” niet handig is, de consument zoekt er blijkbaar niet op en waarschijnlijk wordt hij ook niet getriggered door het woord. Het is misschien de moeite waard om niet alleen online het woord woning te vervangen door huis, jouw website wordt dan eerder gevonden door Google, maar pas het ook aan in de offline communicatie.
Zo zijn er nog een aantal leuke weetjes (via Google Insights for Search en kijk ook eens naar een mijn vorige artikel hierover).
“Wanneer zou je een huis of appartement in de verkoop moeten doen?”
Inderdaad na de zomervakantie…wellicht vanwege het feit dat mensen dan de tijd hebben gehad “het” er eens goed over te hebben of wellicht dat dit juist het “gezins”-begin van het jaar is?
Ga eens naar Google en vul “hoe verkoop” in, Google doet de rest…:
Trek uw eigen conclusies…;-)
Hoe dan ook, ga eens met Google spelen, het is best leuk en leerzaam. Ben benieuwd naar jullie comments!
Iedere makelaar ‘voedt’ zichzelf continu met informatie. En deze informatie hopen ze vervolgens zo te kunnen verwerken en toe te passen dat het bijdraagt in hun kennis. Kennis over de plaatselijke markt, kennis over gewijzigde wetgeving, noem maar op. Er zijn heel veel manieren te bedenken waarop je deze informatie kunt verzamelen. Tijdrovende, maar ook zeer efficiënte manieren. Een vraag die de laatste weken steeds bij me opkwam is hoeveel makelaars er eigenlijk bekend zijn met Google Alerts…
Met Google Alerts kan je Google op een hele simpele manier de opdracht geven om je op de hoogte te brengen ‘zodra er iets gebeurt’. Het ‘iets’ bepaal je zelf aan de hand van vooraf ingestelde zoekwoorden. Vervolgens bepaal je nog welk type nieuws je zoekt (nieuws, blog, web, nieuwsgroepen, uitgebreid) en de frequentie waarop je de emails ontvangt (zodra iets gebeurt of eenmaal per dag).
De mogelijkheden zijn enorm:
Je kan je bedrijfsnaam invoeren als zoekwoord (of juist je concurrent…)
Uiteraard kan je ook vaktermen invoeren (denk aan ‘woningmarkt’ in combinatie met een plaatsnaam o.i.d.)
Je kunt ook specifieke sites (voer ‘site:voorbeeld.nl’) of pagina’s van een site opgeven (voer ‘site:voorbeeld.nl/pagina.html’) zodat je weet wanneer de site of pagina opgenomen worden.
Een paar voorbeelden:
Vanmorgen vroeg las ik dankzij een alert op fd.nl dat het nieuwe ziekenhuis in Amersfoort gebouwd gaat worden door Heijmans.
Een eerdere blogpost op De Scherpe Pen kwam via een alert binnen, maar deze stond op een andere site vermeldt zonder bronvermelding
Belangrijke nieuwsberichten over verandering voorwaarden NHG, de gestarte taskforce in Amersfoort, noem maar op…. Alles komt netjes binnen
Doen!
Denk goed na over de zoekwoorden. Steek daar even goed tijd in. Daarna is het ‘achterover hangen’ en wachten op de automatisch verstuurde berichten met daarin zeer waardevolle informatie. Informatie waar jij vervolgens weer je voordeel mee kan doen. Wie wil dat nou niet?
2 december 2009 door Rick Hoogervorst | 16 reacties »
U bent makelaar en u krijgt de opdracht om een huis te verkopen. U maakt een gedetailleerd marketingplan voor de opdrachtgever. Daarin staat dat u het huis gaat aanbieden op funda. Gezien de marktpositie van funda een logische keuze. Uw cliënt verwacht ook niet anders van u. Het is immers de meest geraadpleegde Nederlandse site onder woningzoekenden.
Staat u echter ook wel eens stil op welke manier en op welke plek uw woningaanbod wordt weergegeven? Door de moeizame woningmarkt van het afgelopen jaar is de woningvoorraad op de bekendste woningzoekmachine nogal gegroeid. Hoe voorkomt u dat uw aanbod verdrinkt in de grote hoeveelheid woningen? Met andere woorden: hoe kunt u zich op funda onderscheiden? Hoog tijd voor wat SEO tips op funda.
U kunt het effect van de plaatsing op funda op twee meetbare manieren verbeteren: het verhogen van het aantal views en en verhogen van de click through ratio (CTR). Ga eens op zoek naar uw woningaanbod zoals een woningzoekende dat op funda zou doen en u weet snel waar u winst kunt behalen. Hieronder volgen enkele tips voor meer traffic naar uw aanbod.
Tips voor meer views:
Een pdf-brochure upload is gratis en funda beloont u met een hogere plaatsing dan de woningen zonder brochure.
Een vraagprijs op de grens van twee funda-prijsklassen wordt in beide prijsklassen meegenomen en vergroot daarmee de vindkans.
“Tophuis” verplaatst het aanbod naar de bovenkant van de resultatenlijst en vergroot daarmee aanzienlijk het aantal views. Met de langere looptijden en een consumentenprijs van € 113,05 per maand kan deze dienst aardig in de papieren lopen.
Een videopresentatie wordt door funda gewaardeerd met een mooie plek juist onder de tophuizen. Een video is vaak wat moeilijk te verkopen aan opdrachtgevers door de hoge productiekosten. Bovendien zijn lang niet alle woning geschikt voor een videopresentatie. Hier staat een voorbeeld van een video.
Een goedkopere variant zijn de 360⁰ foto’s. Voor zoekmachine funda zijn de video’s en 360⁰ foto’s gelijkwaardig. Ze zijn goedkoper en vaker geschikt dan videoreportages. Bovendien zijn de foto’s sneller klaar dan video’s. Kijk hier voor een voorbeeld.
Aanmeldingen op veilingen worden tegenwoordig ook naar boven in de resultatenlijsten geschoven maar dat is geen SEO overweging.
Op de publicatiedag is de belangstelling voor de nieuwe woning het grootst. Zorg dat de presentatie op dat moment compleet is. Voeg bijvoorbeeld niet pas op de vijfde dag de brochure toe.
En voor wie denkt dat de moderne makelaar hiervan volledig op de hoogte is, volgen hier een paar schokkende cijfers. Ik werd er even stil van. Let wel: de pdf-brochure upload is gratis.
Alkmaar: 1039 woningen te koop, zonder brochure: 332 (32%), met video: 5, met 360⁰ foto’s: 12.
Eindhoven: 2403 woningen te koop, zonder brochure: 1020 (42%), met video: 6, met 360⁰ foto’s: 128.
Haarlem: 1419 woningen te koop, zonder brochure: 662 (47%), met video: 22, met 360⁰ foto’s: 41.
Amsterdam: 6556 woningen te koop, zonder brochure: 3698 (56%), met video: 7, met 360⁰ foto’s: 126.
Rotterdam: 6478 woningen te koop, zonder brochure: 4005 (62%), met video: 55, met 360⁰ foto’s: 1.
Het lijkt erop dat hier voor de meeste makelaars nog volop kansen liggen. Mijn eigen belang hierin is overigens gering: ik bezit slechts 1 aandeel funda.
De Google Wave Jaapy is eigenlijk wel een hele slimme zet van Hans en consorten. Hiermee geven zij aan dat we de discussie over huizen langzamerhand van de feestjes en partijtjes naar het Internet brengen. Wie kent het niet, gezellig met z’n allen op een feestje rondom de tafel gevuld met komkommer, borrelnootjes, stukkies jonge kaas en strookjes paprika, de gesprekken over hypotheken, politiek, schoonfamilie en natuurlijk het nieuwe huis. Door de toepassing van Google Wave en de mogelijkheid om deze dadelijk overal te delen/embedden breng je die discussie naar het internet en in het bijzonder naar diverse websites. Op die manier kunnen mensen makkelijk het wel en wee rondom een bepaald huis delen. Elk huis biedt dan een schat aan social informatie. Dat is wel een revolutie. Wellicht dat er dan per huis een soort “Social Search” gekoppeld kan worden.
Het is voorbij
Is dat dan het einde van de makelaar, hebben zij eigenlijk geen functie meer en kunnen zij hun baan uitzwaaien? Nee, het is een voortzetting van een verandering in de makelaardij waarbij de eerste golf al uitgezwaaid werd door de opkomst van Internet.
De makelaars die toen wel de mindshift hebben kunnen maken van face-2-face business naar face-2-screen business staan nu voor de volgende mindshift namelijk de social revolutie.
Ondanks alle informatie die vanuit de VS onze kant op komt over hoe de makelaardij zou kunnen overleven in deze barre tijden, merk ik nog bar weinig van het gebruiken van deze informatie hier in Nederland . Er zijn een aantal makelaars die eens gaan twitteren en een LinkedIn account nemen, echter het effectief toepassen gebeurt weinig tot vrijwel niet. Is dat erg? Nee. De volgende boot vertrekt weer en deze zal weer goed gevuld zijn met makelaars die tot voor kort stellig waren in hun overtuiging dat zij voor “al dat internet gedoe” geen tijd hadden of die meende dat hun klanten toch niet meededen met dat gehyve, gefacebook en getwitter. Goede vaart vrinden, stuur me een kaartje…
De makelaar blijft zeker nog nodig (phheew nooit gedacht dat ik dit zo zou stellen..)! Vooral door al de extra informatie rondom de huizen wordt het belangrijk dat iemand de aspirant koper door het woud van meningen, stellingen en adviezen loodst. Echter deze makelaar zal ook het vertrouwen moeten winnen van zijn aspirant klanten. Hoe? Door een autoriteit te zijn op zijn vakgebied, dat wordt je vandaag de dag door uit te blinken op het Internet. Als iemand je Googled zal je stralend tevoorschijn moeten te komen uit de zoekresultaten. Dan wordt online deelname aan discussies rondom huizen juist heel belangrijk.
Wie zwaait naar wie
Is dit een wake-up call voor alle makelaars en huizenzoeksites? Als de huizenzoeksites alles spideren vanaf de makelaarssites en de makelaars hiermee in feite bijdragen aan het succes van deze sites, zouden ze dan niet mogen eisen dat juist deze informatie teruggeleverd wordt inclusief alle discussies rondom deze huizen? Vergelijk bijvoorbeeld het NIKI-model waarbij de ontwikkelaars de huizen via de NIKI database distribueren en deze data ook weer teruggeleverd kunnen krijgen voor eigen gebruik: corporate website of projectsite. In de nabije toekomst kan elke makelaar zijn huizen via zijn eigen site in alle openheid tonen en kan ook alle huizen van anderen die interessant zijn voor zijn doelgroep (bijvoorbeeld prijsrange of locatie) op zijn eigen site tonen en meedoen aan de discussie.
Kortom wellicht een kleine stap voor Jaap, maar een grote stap voor de makelaardij. Dus zwaaien we ze uit of zwaaien we naar ze ter verwelkoming, die makelaars;-) ?
Gisteren zag ik op Managersonline een mooi artikel van Phil Kleingeld over hoe het onbegrip van ondernemers ten aanzien van web 2.0 en de (on)mogelijkheden.
Uiteraard heb ik Phil direct benaderd via twitter en gevraagd of ik zijn artikel hier gebruiken mag, omdat ik denk dat het ook voor makelaars zeer leerzaam kan zijn.
Lees en geniet:
Op LinkedIn kwam ik onlangs een enquête tegen waar gevraagd werd naar het gebruik van digitale netwerken (social networks).
Tot mijn verbazing gaf de voorlopige uitslag aan, dat ruim 30% van de respondenten deze ‘nieuwlichterij’ helemaal niets vond en er niet aan deel wilde nemen. Ik dacht nog:’Wat een merkwaardige uitslag’ want de enquête stond op LinkedIn en als je niet deelneemt aan deze site, hoe heeft 30% dan de enquête kunnen invullen?’ Maar goed, stel dat het klopt dat die 30% niet wil deelnemen aan sociale netwerken, dan vraag je je toch af waarom dat zo is.
Is het verzet tegen het nieuwe, verzet tegen het gebruik van mobiele communicatiemogelijkheden of komt het omdat men niet de moeite wil nemen zich in de mogelijkheden te verdiepen en daarom een ongefundeerd vooroordeel gebruikt als reden niet deel te nemen?
Werknomaden Twintig jaar geleden zag de wereld er nog heel anders uit. Wij maakten gebruik van fax en telefoon en e-mail werd nog maar mondjesmaat gebruikt. Van LinkedIn, Plaxo en al die anderen digitale netwerken had nog nooit iemand gehoord. Ook de manier van werken is veranderd.
Mensen die 40 jaar of meer voor een bedrijf werken (ook wel Life-employment genoemd) zijn bijna niet meer te vinden. Mijn CV vertoont 12 ambachten en dertien gelukken en ik was daarmee denk ik een van de eersten van mijn generatie die overstapte op Job-employment; frequent overstappen van de ene naar de andere baan om de spanning erin te houden.
De huidige Y-generatie heeft onder invloed van web 2.0 duidelijk gekozen voor project-employment; het uitvoeren van tijdelijke, kortlopende projecten in sterk wisselende samenstellingen en tijdelijke strategische bondgenootschappen met anderen.
Niet zelden wordt dat werk gedaan door de inmiddels 650.000 zzp’ers (zeer zelfverzekerde professionals) die hun kantoor vaak letterlijk bij zich hebben in de vorm van draadloos met het internet verbonden laptops, een Iphone of Blackbarry om ook daarop e-mail en social media berichten te kunnen ontvangen of lekker face to face kunnen skypen.
Dan praten we nog over de snel opkomende augmented reality mogelijkheden waarbij het mobieltje extra informatie geeft over wat we zien, waar de koffie klaar staat en hoe we moeten lopen om bij een bestemming te komen. Zij ontmoeten elkaar in hotels, in een bar, restaurant of vergaderen in tijdelijke locaties want een vast kantoor is niet zinvol en eigenlijk zelfs overbodig. (De traditionele kantoorpandenbouwers hebben dit kennelijk nog niet door!)
Onderweg maken zij gebruik van volledig ingerichte werkplekken en vergader-faciliteiten die tegen redelijke prijzen per uur te huur zijn. Niet zelden kan je er ook lunchen of een drankje aan de bar nemen. Buitenspel Nog niet zolang geleden was ik dagvoorzitter tijdens een congres en als je het dan niet helemaal verknalt, ontmoet je altijd wel mensen die nader contact met je willen hebben.
Omdat ik de enige met een Poken was, werd het ouderwets kaartjes uitwisselen. Als frequente web 2.0er ga je dan eens wat meer over deze mensen opduiken en tot mijn verbazing bleek dat van de zeven mensen waarvan ik een kaartje kreeg, er vijf waren zonder Twitteraccount, vier zonder LinkedIn-profiel en er was er zelfs één die geen website had.
Over dat laatste verbaasde ik mij het meest want het bleek om een websitebouwer te gaan! Hij realiseerde zich niet dat hij daarmee commercieel gezien gelijk buitenspel kwam te staan want 97% van zakelijk Nederland wil geen zaken doen met iemand die geen website heeft.
Verzet is zinloos Het Nederlandse bedrijfsleven, banken en verzekeringsmaatschappijen voorop, schijnen nog steeds niet te begrijpen dat het delen van informatie via web 2.o sneller gaat dan welk ander medium dan ook. Binnen de kortste keren wisten miljoenen mensen van de ramp met Turkish Airlines voordat de traditionele media als radio, tv en de kranten er lucht van kregen. Een enkele bank is zo slim geweest om een Twitteraccount aan te maken om snel te kunnen communiceren als er vermeende onwaarheden over hen worden geschreven.
Bij DSB hadden ze dat niet goed begrepen; met alle gevolgen van dien. Er komen berekeningen in de media hoeveel geld het bedrijfsleven en de overheid kwijt is aan medewerkers die via web 2.0 hun contacten onderhouden, zakelijke en/of privé, maar ik heb nog geen berekening gezien die aangeeft wat men ermee heeft verdient.
‘Onbekend maakt onbemind’ zegt het gezegde en het is aan te bevelen dat ondernemend Nederland gaat begrijpen dat het de hoogste tijd wordt om zich op deze manier van leven en werken te gaan instellen willen zij de zakelijke boot binnenkort niet gaan missen.
Indien managers het hun medewerkers onmogelijk maakt toegang te hebben tot het digitale netwerk en de genoemde sociale netwerken, dan geven zij niet alleen blijk van een enorme kortzichtig, maar raken zij de aansluiting met de dagelijkse realiteit kwijt. Verzet tegen web 2.0 is daarom zinloos.
Mijn advies aan bedrijven die nog geen Twitter- en/of LinkedIn-account hebben is:
1. Maak snel accounts aan voor deze social media
2. Een account hebben is niet genoeg; wees actief, wissel informatie uit, reageer op anderen en doe het dagelijks
3. Stel een ‘social media manager’ aan de communicatiestroom te beheren
4. Kleine bedrijven kunnen denken aan project-emloyment. Huur een zzp’er in die de accounts aanmaakt, u vertelt wat er mogelijk is en uw medewerkers traint in het gebruik
5. Weet u niet precies wat er met LinkedIn en Twitter mogelijk is, volg dan eerst eens een workshop. Dat zal een verstandige investering blijken te zijn die omzet oplevert en kosten bespaart.